De behandeling

Elke behandeling begint met een onderzoek. Tijdens het onderzoek wordt het hele lichaam nagevoeld op blokkades. Zoals eerder beschreven zijn deze regio’s van verminderde beweeglijkheid op te sporen door kleine temperatuurverschillen, subtiele spanningsveranderingen en verminderde beweeglijkheid. Om de blokkades zo goed mogelijk te kunnen opsporen is het van belang dat het dier schoon en droog is. Een bezweet of natgeregend lichaam maakt het moeilijker om de kleine, subtiele verschillen in temperatuur en weefselspanning te voelen.

Als er tijdens het onderzoek wordt geconstateerd dat het zinvol is om het dier te behandelen wordt het dier aansluitend aan het onderzoek behandeld. Dit duurt ongeveer drie kwartier tot een uur voor een paard en een half uur tot drie kwartier voor een hond.

Om de blokkades in het paarden- of hondenlichaam te verhelpen, gebruikt een osteopaat uitsluitend de handen (manuele technieken), er komen dus geen hulpmiddelen aan te pas. De technieken die gebruikt worden variëren van zachte bindweefseltechnieken (fasciale technieken) tot wervelmanipulaties. Paarden en honden accepteren de technieken over het algemeen zonder problemen. Ze hoeven daarom ook niet verdoofd of gesedeerd te worden voor een behandeling.

Elk dier reageert op zijn eigen manier op een osteopatische behandeling. Het ene dier vindt het direct lekker, ontspant en begint te kauwen, te zuchten en te gapen. Een volgend dier vindt het eerst een beetje spannend en wil even de kat uit de boom kijken voordat hij zich durft te ontspannen. Sommige technieken zijn niet meteen lekker en ontspannend en zorgen ervoor dat het dier wat onrustig wordt in een poging onder het vervelende gevoel uit te komen. De osteopaat doseert de behandeling altijd zo dat er wel veel gebeurt, maar niet té veel. De patiënt bepaalt het tempo waarin behandeld kan worden. Dit kan bij een heel angstige patiënt dus betekenen dat er een behandeling extra nodig is om het gewenste resultaat te behalen.

Omdat een osteopatische behandeling een behoorlijke impact heeft, is het advies om na de behandeling even kalm aan te doen.

Voor het paard betekent dit dat hij een week rust krijgt na de behandeling. Rust betekent dat het paard niet gereden of gelongeerd mag worden, maar het paard mag wel in de wei, in de paddock of aan de hand gestapt worden. Zo krijgt het paard optimaal de kans om te reageren op de behandeling en een nieuw evenwicht in zijn lichaam te vinden. Het is per paard verschillend hoe de reactie op de behandeling is. Sommige paarden zijn de eerste dagen stijf of hebben spierpijn, andere voelen zich direct na de behandeling veel beter. Na een week mag het paard weer rustig opgepakt worden in het werk. Hoe snel het werk kan worden opgebouwd is afhankelijk van de reactie van het paard op de behandeling.

Ook voor honden geldt dat ze moe van de behandeling kunnen zijn of dat zij spierpijn kunnen hebben en zodoende is het advies voor de hondeneigenaar ook om een paar dagen kalm aan te doen met de hond. Er mag wel rustig gewandeld worden, maar even niet gespeeld of in het geval van sporthonden, getraind.

Een vervolgbehandeling wordt pas gegeven als het dier helemaal is uitgereageerd op de eerste behandeling. Daarom zitten er altijd meerdere weken tussen twee behandelingen. Hoeveel behandelingen een dier nodig heeft, hangt af van verschillende factoren, zoals de ernst van de blokkades, de hoeveelheid blokkades, hoe lang deze al bestaan, hoe makkelijk het dier zich laat behandelen, etc.

Voor paarden geldt dat gemiddeld twee tot drie behandelingen nodig zijn. Een tweede behandeling wordt over het algemeen vier tot zes weken na de eerste behandeling gegeven.

Voor honden geldt dat gemiddeld drie tot vijf behandelingen nodig zijn. Een tweede behandeling wordt over het algemeen drie tot vijf weken na de eerste behandeling gegeven.

Soms kan het belangrijk zijn om te kijken naar de tuigage die gebruikt wordt. De  ligging van het zadel op de paardenrug bepaalt mede hoe het paard zijn rug kan gebruiken en een slecht passend zadel kan de oorzaak zijn van blokkades.

Bij honden kan het ook van belang zijn om (tijdelijk) een ander tuig of halsband te gebruiken. Na de behandeling zal de osteopaat hierover advies geven.